Boekhoudkundige en financiële terminologie

Lexicon

Belasting op onbebouwde percelen en gronden

De belasting op onbebouwde percelen en gronden is een forfaitaire gemeentelijke belasting volgens de oppervlakte (in m2) van de percelen en gronden die niet bebouwd zijn. De belasting op onbebouwde percelen en gronden is echter opgeheven en vervangen door de activeringsheffing opgenomen in het decreet betreffende het grond- en pandenbeleid.

Belasting op spelen en weddenschappen

De belasting op spelen en weddenschappen wordt geheven op de organisatie van kansspelen, weddenschappen en loterijen. Ze valt onder de bevoegdheid van de Gewesten.

Belasting voor aanplakking

De belasting voor aanplakking is een forfaitaire belasting per vierkante meter die geheven wordt op elke aanplakkingsbrief groter dan 1 vierkante meter en die voor het publiek zichtbaar is.

Belastingen op vermogen

De belasting op vermogen is de algemene term doelende op de belastingen die worden geheven op de verschillende vermogensonderdelen van een belastingplichtige, waarbij het vermogen wordt bekomen door de waarden van de bezittingen van de belastingplichtige te verminderen met zijn schulden. De belasting op vermogen bestaat naast de belasting op inkomsten en de belasting op het verbruik of de uitgaven en hebben een economisch onderscheidend criterium.

Belastingentrepot

Een belastingentrepot is een door de administratie vergunde opslagplaats voor accijnsgoederen, waar accijnsgoederen onder schorsing van accijns worden bewaard, verwerkt of geproduceerd.

Belastingkrediet isolatiewerken

Het belastingkrediet isolatiewerken is een vermindering van de verschuldigde belastingen bij het uitvoeren van isolatiewerken, maar werd afgeschaft in het verleden.

Belastingkrediet kinderen ten laste

Het belastingkrediet kinderen ten laste is een krediet dat wordt uitgekeerd aan belastingplichtigen die niet kunnen genieten van de verhoogde belastingvrije som voor kinderen ten laste, omdat hun belastbaar inkomen te laag is.

Belastingkrediet lage activiteitsinkomsten

Het belastingkrediet lage activiteitsinkomsten is een belastingkrediet toegekend aan belastingplichtigen met lage netto-inkomsten, bedoeld om de belastingplichtigen aan te zetten tot arbeid en is volledig terugbetaalbaar.

Belastingkrediet onderzoek en ontwikkeling

Het belastingkrediet onderzoek en ontwikkeling is een in de venootschapsbelasting toegekende kredietvorm aan investeringen in onderzoek en ontwikkeling die het milieu niet schaden. Het belastingkrediet onderzoek en ontwikkeling kan echter niet gecombineerd worden met de investeringsaftrek die van toepassing is op onderzoek en ontwikkeling, waardoor een keuze moet worden gemaakt tussen beide.

Belastingkredieten

Het belastingkrediet is een maatregel genomen ter aanmoediging van de financiering met eigen middelen, waarbij er een uiteindelijke belastingvermindering wordt toegekend. Dit belastingkrediet wordt berekend op de aangroei van eigen middelen, zijnde de vaste activa verminderd met de schulden. Het belastingkrediet kan al dan niet worden terugbetaald.

belastingneutrale inbrengverrichtingen

Belastingneutrale inbrengverrichtingen zijn verrichtingen waarbij een vennootschap fusioneert, splitst of een inbreng doet van een algemeenheid of bedrijfstak, waarop geen belastingen zijn verschuldigd.

Belastingontduiking

Belastingontduiking is het wetens en willens onttrekken aan belastingbetaling door een onjuiste of onvolledige aangifte te doen, waardoor de fiscale wetten worden overtreden. Belastingontduiking kan in twee vormen voorkomen, namelijk een inbreuk van de wetgeving en veinzing of simulatie.

Belastingontwijking

Belastingontwijking is het zich dermate organiseren dat er minder belastingen dienen te worden betaald, maar waarbij toch binnen de grenzen van de fiscale wetten wordt gebleven, waardoor de ontwijking bijgevolg niet strafbaar is.

Belastingparadijs

Een belastingparadijs is een land dat een relatief gunstig belastingstelsel kent. Te denken valt onder meer aan Monaco en de Marshalleilanden.

Belastingplicht (einde van) (btw)

De belastingplicht neemt een einde bij het definitief ophouden van de uitoefening van economische activiteiten en valt meestal samen met de sluiting van de vereffening van een onderneming.

Belastingplicht (ontstaan van) (btw)

Zie aanvang van werkzaamheden (btw)

Belastingplichtige (btw)

Een belastingplichtige is een persoon die voldoet aan de criteria om onder de belasting te vallen, meer bepaald is dit in de btw zo bij personen die geregeld en zelfstandig in de uitoefening van hun economische activiteiten – zonder dat het winstoogmerk of het al dan niet aanvullend karakter ertoe doet – leveringen van goederen doen of diensten verrichten.

Belastingplichtige zonder recht op aftrek

Belastingplichtigen zonder recht op aftrek zijn de belastingplichtigen die handelingen stellen die ingevolge het Wetboek BTW niet onderworpen zijn aan deze belasting.

Belastingschuldigen (IB)

Een belastingschuldige is de persoon die de belastingen dient te betalen en valt meestal samen met – maar is niet hetzelfde als – de belastingplichtige, die de persoon is op wie de belasting van toepassing is.

Belastingverhogingen

Een belastingverhoging wordt opgelegd aan de belastingplichtigen die geen of onvolledige aangifte doen van hun inkomsten, waarbij de belastingverhoging wordt bepaald in functie van de aard en de ernst van de overtreding.

Belastingvermeerdering

Bij geen of een onvoldoende voorafbetaling, wordt een belastingvermeerdering toegestaan. Door tijdig en voldoende voorafbetalingen te doen, vermijdt een vennootschap een belastingvermeerdering. Voor het aanslagjaar 2016 is het tarief van deze vermeerdering 1,125%. De verschuldigde globale vermeerdering wordt in dit geval verminderd met het totale bedrag van de voordelen verbonden aan de gedane voorafbetalingen. Voor het aanslagjaar 2016 (inkomsten 2015) is het bedrag van deze voordelen gelijk aan de som van volgende berekeningen:

Belastingvermindering

Een belastingvermindering wordt om uiteenlopende redenen verkregen en kan bestaan in twee vormen, met name de belastingverminderingen die bestaan uit een verhoging van de belastingvrije som en de belastingverminderingen die bestaan uit een vermindering van de verschuldigde belasting.

belastingvrije som

Een belastingvrije som is het gedeelte van het belastbaar netto-inkomen dat niet wordt belast. De belastingvrije som wordt verhoogd bij alleenstaanden, bij gehandicapte personen, bij het hebben van personen ten laste, enzovoort.

Belegginginstelling

Een beleggingsinstelling is een Belgische of buitenlandse instelling die tot doel heeft een collectieve belegging te doen van de financiële middelen van zijn cliënten. Ze betalen een jaarlijkse taks in de vennootschapsbelasting.

Beleggingsvennootschap

Een beleggingsvennootschap is een onderneming die geld van beleggers bijeen brengt, dat collectief belegt met een deskundige staf en die de vorm van een vennootschap heeft aangenomen.

Beleggingswaarde

De beleggingswaarde is de aanschaffingsprijs, vervaardigingsprijs of de inbrengwaarde van een materieel vast actief waarop afschrijvingen worden toegepast.

Belgisch gemeenschappelijk beleggingsfonds

Een Belgisch gemeenschappelijk beleggingsfonds heeft – in tegenstelling tot een beleggingsvennootschap – geen rechtspersoonlijkheid, waardoor de belegger rechtstreeks belast zal worden. De interesten op inkomsten verkregen uit certificaten van een Belgisch gemeenschappelijk beleggingsfonds zijn vrijgesteld van roerende voorheffing.

Belgische inrichting

Een Belgische inrichting is een vaste inrichting van een buitenlandse onderneming in België, die helpt de beroepswerkzaamheden van die buitenlandse onderneming hier uit te oefenen.

Beloningen niet-zelfstandige beroepen (OESO-model)

De beloning voor niet-zelfstandige beroepen zijn alle soorten vergoedingen verkregen door belastingplichtigen die werken in het kader van hun dienstbetrekking, waarbij deze beloningen principieel belastbaar zijn in de woonplaats van de beloonde, tenzij de beroepswerkzaamheden in een ander lidstaat worden uitgeoefend.

Bemiddelingsdienst

De fiscale bemiddelingsdienst is een dienst opgericht met het oog op bemiddeling tussen de belastingplichtige en de fiscale administratie. Als een belastingplichtige niet akkoord gaat met het door de administratie vastgestelde kadastrale inkomen, kan hiertegen bezwaar worden ingediend, waarna het opnieuw onderzocht wordt door de administratie. Als de administratie bij zijn standpunt blijft, kan de belastingplichtige een aanvraag tot bemiddeling indienen bij de bemiddelingsdienst.

Beneficial owner (uiteindelijk gerechtigde)

Zie Uiteindelijke gerechtigde en begunstigde

Benelux- Internationale samenwerking

De internationale samenwerking met de Benelux is op bepaalde vlakken relevant, gezien er een nauwere samenwerking mogelijk is, dan binnen de EU. Zo worden processen-verbaal opgemaakt door een Benelux-lidstaat erkend in de andere lidstaten als ware het hun eigen processen-verbaal.

Benzine

Benzine is een mengsel van vloeibare koolwaterstoffen, verkregen uit het distilleren van aardolie en wordt gebruikt als brandstof. Benzine is fiscaalrechtelijk van belang omdat er accijnzen op worden gegeven, overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur van het tarief van de invoerrechten, waarbij er een onderscheid wordt gemaakt tussen gelode en ongelode benzine.

Beperkte bestaansmiddelen (partner)

Beperkte bestaansmiddelen van de partner bestaan als de partner minder dan €3.110,00 heeft verdiend gedurende het afgelopen jaar. Ze geven aan de wettelijke samenwonende of gehuwde partner recht op een verhoging van de belastingvrije som.

Bergruimte (btw)

Bergruimte is ruimte die wordt voorzien ter stockage van goederen. Het terbeschikkingstellen van bergruimte wordt als een dienst aanzien in het Wetboek BTW.

Bericht van wijziging

Een bericht van wijziging dient, alvorens de aanslag te vestigen, opgemaakt en verstuurd te worden door de administratie die meent dat de aangegeven inkomsten en uitgaven van de belastingplichtige niet correct zijn. De belastingplichtige heeft bij ontvangst één maand de tijd om op het bericht van wijziging te reageren.

Beroepsgeheim (onderzoek bij derden)

Het beroepsgeheim houdt in dat een aantal beroepsgroepen een geheimhoudingsplicht hebben met betrekking tot hun cliënteel. Deze beroepsgroepen zijn artsen, apothekers, vroedvrouwen, advocaten, bedrijfsrevisoren, accountants en belastingconsulenten, boekhouders en boekhouders-fiscalisten, bedrijfsjuristen, alsook alle andere personen die uit hoofde van hun beroep kennis dragen van geheimen die hen zijn toevertrouwd. Ten aanzien van de fiscus houdt dit in dat ze zowel de identiteit als alle informatie waarvan zij beroepsmatig kennis hebben genomen, geheim dienen te houden. De fiscus kan aan de tuchtoverheid van de beroepsgroep de opheffing van dit beroepsgeheim vragen. Artikel 453 WIB92 verwijst voor de bestarffing van een overtreding van het beroepsgehiem naar artiekl 458 Sw. De plicht tot beroepsgeheim rust op alle ambtenaren en agenten van de fiscale administraties, alsmede op al diegenen die toegang tot de kantoren hebben. De plicht tot geheimhouding bestaat in principe ook tegenover andere overheidsdiensten, zoals de dienst van het Sekwester.

Beroepshuur (kost)

Beroepshuur is het huurcontract dat voor het uitoefenen van beroepswerkzaamheden wordt afgesloten, waardoor de beroepshuur als beroepskost kan worden afgetrokken door de belastingplichtige.

Beroepsinkomen

Het beroepsinkomen is het beroepsinkomen geviseerd in het kader van de personenbelasting en kan bestaan uit zowel belastbare als vrijgestelde inkomsten. Het beroepsinkomen omvat meer bepaald de bezoldigingen (loon, vergoeding voor uw woon-werkverkeer, voordelen alle aard,…), de vervangingsinkomsten (pensioenen, brugpensioenen, werkloosheidsuitkeringen, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen,…), de winsten, de baten en de winsten en baten van een vorige beroepswerkzaamheid.

Beroepsinkomen (nettobedrag)

Het nettoberoepsinkomen is het bedrag van alle inkomsten verminderd met de beroepskosten, de huidige beroepsverliezen en de beroepsverliezen van de vorige belastbare periode.