Recent krijgen managementvennootschappen, ten gevolge van de regeringsvorming en de budgettaire inspanningen, veel aandacht in de media. Die aandacht gaat voornamelijk naar de fiscale voordelen die met zo’n managementvennootschap gepaard gaan. Bij Flamée & Partners schetsen we graag een volledig beeld van alle voordelen én potentiële risico’s, zodat (aanstaande of doorgewinterde) ondernemers weloverwogen tot een beslissing kunnen komen. Daarom gaan wij in dit artikel dieper in op het risico van de schijnzelfstandigheid.
Wat is schijnzelfstandigheid?
Vooreerst is het uiteraard belangrijk om enige notie te hebben van ‘schijnzelfstandigheid’. Wie met een managementvennootschap werkt, levert de diensten niet als werknemer, maar via een vennootschap. Die vennootschap en haar bestuurder hebben het zelfstandigenstatuut en betalen zo ook bijdragen als zelfstandige. Een zelfstandige heeft zo een lagere belastingdruk ten opzichte van die van een werknemer, waardoor de netto-inkomsten hoger kunnen liggen.
Er is echter ook de Arbeidsrelatiewet, die duidelijk omschrijft wie als werknemer moet worden beschouwd. Wanneer iemand ingeschreven is onder het zelfstandigenstatuut terwijl die persoon eigenlijk als werknemer zou moeten worden beschouwd, spreekt men over ‘schijnzelfstandigheid’. Een belanghebbende, meestal de RSZ-dienst, kan de zelfstandigenovereenkomst dan proberen te ‘herkwalificeren’ tot arbeidsovereenkomst.
Gevolgen van schijnzelfstandigheid
De gevolgen van dergelijke herkwalificatie zijn stevig. Vooreerst moeten alle loonvoordelen tot drie jaar terug in de tijd worden bijgestort (denk aan vakantiegeld, premies, etc.). Daarnaast moeten alle bedrijfsvoorheffingen voor de afgelopen drie jaar worden bijgestort, alsook alle persoonlijke en werkgeversbijdragen. Dit alles samen kan duur uitvallen.
Verder zijn ook strafrechtelijke gevolgen mogelijk, maar dat is enkel bij extreme fraude en zou ons hier te ver leiden.
Feiten en overeenkomst
Schijnzelfstandigheid is steeds een feitenkwestie. Dat betekent concreet dat men alle omstandigheden zal analyseren alvorens tot een oordeel te komen. Enkele sterke indicaties dat het statuut van zelfstandige verkeerd is, of vele kleinere indicaties samen genomen, kunnen tot een herkwalificatie leiden.
Men zal hiervoor steeds zowel de overeenkomst tussen de partijen in acht nemen (als die bestaat), alsook de werkelijkheid. Indien u of uw medewerkers met een managementvennootschap werken, is het dus van groot belang om een goede overeenkomst te hebben waaruit duidelijk het zelfstandig karakter blijkt. Daarmee komt u al vrij ver. Daarnaast stemt u ook de feiten af op dat zelfstandig karakter.
Strengere beoordeling Hof van Cassatie
Op 19 mei 2025 oordeelde het Hof van Cassatie vrij streng over een managementvennootschap. Het arrest stelde dat de dagelijkse leiding van een vzw wel degelijk via een managementvennootschap mag gebeuren, maar dat de bijdragen van een werknemer moeten worden betaald. Men keek hier dus door de vennootschapsstructuur heen.
Conclusie
Blinde paniek voor mensen die via een managementvennootschap werken is niet nodig. Als een dergelijke dienstverlening daadwerkelijk zelfstandig is, maakt u immers geen foutieve beoordeling met het zelfstandigenstatuut. Zowel een goed geredigeerde overeenkomst als de werkelijke feiten zullen hierbij van belang zijn. Managementvennootschappen die louter werken zoals een werknemer dat zou doen, doen er goed aan hun mandaat ‘zelfstandiger’ te maken.
Hulp nodig of vragen omtrent uw overeenkomsten? Contacteer ons gerust per mail of via een telefoontje. Wij helpen u hierbij graag verder.
Het Flamée en Partners team


