Iedereen wordt wel eens geconfronteerd met een klant die zijn openstaande factu(u)r(en) niet betaalt. Als leverancier moet u de btw op de uitgaande factuur aan de Staat betalen terwijl uw klant u nog niet betaald heeft. Dubbel jammer: u wordt niet alleen niet betaald voor uw geleverde werk, maar moet bovendien ook de btw daarop nog eens voorfinancieren.
Voor u als leverancier is de btw opeisbaar vanaf de uitreiking van de factuur, ongeacht of die factuur al betaald is. Ongeacht of u een betaling ontvangt of niet, een factuur uitreiken, betekent dat je deze ook moet opnemen in de btw-aangifte.
Terugvragen van de btw
Bij gedeeltelijk of volledig verlies van de vordering, laat het btw-wetboek toe de doorgestorte btw terug te vragen. Het verlies moet dan wel zeker zijn, het volstaat dus niet dat de factuur waarschijnlijk niet meer betaald zal worden. U kunt de btw terugvragen vanaf het moment dat het verlies vaststaat, tot het einde van het daaropvolgende derde kalenderjaar.
Bij faillissement staat het verlies vast vanaf het vonnis van faillietverklaring.
Is er sprake van een gerechtelijke reorganisatie, dan staat het verlies vast vanaf het vonnis dat het reorganisatieplan homologeert, het minnelijk akkoord vaststelt of de procedure van gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag sluit.
Is de vordering verloren gegaan om een andere reden dan een faillissement of een gerechtelijke reorganisatie, dan moet u de oninbaarheid van de factuur bewijzen aan de hand van aanmaningen via e-mail of een (aangetekende) brief van uzelf, een advocaat of een incassobureau, die geen resultaat opgeleverd hebben.
Biedt een creditnota soelaas?
Om de btw te kunnen terugvragen, moet u in principe eerst een creditnota opstellen voor vorderingen op zakelijke klanten en op particuliere klanten aan wie u verplicht moest factureren. Op deze creditnota vermeldt u : “btw terug te storten aan de Staat in de mate waarin ze oorspronkelijk in aftrek genomen werd”.
Let wel op, wanneer u een creditnota opmaakt moet u deze ook aan de klant bezorgen waardoor u eigenlijk een bedrag kwijtscheldt. Te snel overgaan tot het opmaken van een creditnota kan dus wel nadelige gevolgen hebben.
In geval van faillissement of wanneer de opmaak van een creditnota geen enkele zin meer heeft (bijv. attestering door de vereffenaar), moet geen creditnota worden opgesteld om teruggave te bekomen.
Heeft u de btw volgens bovenstaande principes teruggevraagd en wordt alsnog een (gedeeltelijke) betaling ontvangen, dan moet u de btw op het betaalde bedrag alsnog doorstorten aan de Staat.
Heeft u vragen over oninbare facturen en de bijhorende terugvordering van de reeds betaalde btw? Geef ons een seintje! Wij bekijken het graag samen met u.
Het Flamée en Partners team


