Nalatigheidsinteresten bij handelstransacties: na een twintigjarige geschiedenis lijken de leemtes gevuld.

In de jaren 2000 pakte het Europees parlement de vele betalingsachterstanden bij handelstransacties aan. Deze vormden een belemmering voor de goede werking van de interne markt. Ter harmonisering van de uiteenlopende nationale systemen, vaardigde het Europees parlement op 29 juni 2000 de richtlijn betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties uit. Deze werd in Belgisch recht omgezet in de Wet Betalingsachterstand. Intussen is de Belgische wetgever met de wet van 15 juli 2021 reeds toe aan een derde poging om alle leemtes in deze wetgeving op te vullen.

Indien u zaken doet met ondernemers, en dus zogenaamde B2B-transacties verricht, is de wettelijke nalatigheidsinterest voor handelstransacties van toepassing. Volgens de wettelijke definitie zijn nalatigheidsinteresten “de vergoeding voor het louter uitblijven van de betaling”. In de praktijk betekent dit dat u geen ingebrekestelling meer dient te sturen wanneer uw klant – in een B2B-transactie – laattijdig betaalt. Meer nog, er beginnen automatisch nalatigheidsinteresten te lopen vanaf de dag waarop de factuur uiterlijk betaald moest worden. De hoogte van deze wettelijke nalatigheidsinterest, wordt semestrieel vastgelegd en bedraagt al sinds de tweede helft van 2016 8%.

Nu u weet dat de nalatigheidsinteresten automatisch lopen, vraagt u zich ongetwijfeld af wanneer nu exact de ‘dag waarop de factuur uiterlijk betaald moest worden’ valt. Dit is afhankelijk van uw eigen afspraken hieromtrent. Indien in de overeenkomst geen betalingstermijn werd afgesproken, dient de factuur binnen 30 kalenderdagen betaald te worden. Deze termijn gaat in vanaf de datum dat de factuur werd ontvangen, tenzij de datum van ontvangst van de goederen of diensten later zou vallen, in welk geval de termijn ingaat op de datum van ontvangst.

Indien u contractueel een betalingstermijn vastlegt, heeft deze voorrang op de hierboven geschetste wetgeving. Er is echter een bovengrens. Sinds de derde wetswijziging, die in werking trad op 1 februari 2022, mogen partijen geen betalingstermijn meer overeenkomen die meer dan 60 kalenderdagen bedraagt. Zo kunnen sterke ondernemingen geen druk meer uitoefenen om contractueel een overdreven lange betalingstermijn af te dwingen.

Ook het achterpoortje waarbij bovenop die 60 dagen nog 30 dagen konden toegevoegd worden om de goederen of diensten te controleren en te aanvaarden (en zo aan een interestvrije betalingstermijn van 90 dagen te komen), werd – in principe – gesloten.

Ook het vastleggen van de hoogte van de interesten via algemene voorwaarden heeft voorrang op de wetgeving, alhoewel de bovengrens hier een heel stuk minder duidelijk is. Indien de algemene voorwaarden op uw offertes duidelijk maken dat er bij laattijdige betaling een hogere interest zal aangerekend worden, heeft dat voorrang op het officiële tarief van (momenteel) 8%. Dit echter enkel indien de interesten in uw voorwaarden niet ‘overdreven hoog’ zijn. Uiteraard komt dit in de praktijk neer op een feitenkwestie.

Opnieuw een duidelijk bewijs dat het beschikken over degelijke algemene factuurvoorwaarden een cruciale factor is in een eventueel geschil met uw klant. Zijn uw algemene voorwaarden aan een grondige juridische update toe? Geef ons dan zeker een seintje via robin@flamee.be .

Heeft u vragen?

Neem contact op met éen van
onze adviseurs. Wij helpen u graag verder!

Misschien ook interessant voor u?

  • Actua / Publicaties

    Brutoloon in ruil voor een fiets(lease)

  • Actua / Publicaties

    Afschaffing aftrek langetermijnsparen tweede woning

  • Actua / Publicaties

    Uitbreiding toepassingsgebied flexi-jobs sinds 1 januari 2023