Wanneer uw btw-plichtige vennootschap een tweedehandswagen verkoopt, zijn er een aantal btw-regels waarmee u rekening moet houden. De correcte behandeling hangt af van twee zaken: hoe de wagen destijds werd aangekocht enerzijds en aan wie u de wagen verkoopt anderzijds.
We gaan in dit artikel uit van een situatie waarbij de wagen binnen België wordt verkocht. Wordt de wagen echter verkocht aan het buitenland, zijn er andere specifieke regels van toepassing.
De basisregel: btw is verschuldigd
Een gewone btw-plichtige vennootschap die een eigen bedrijfswagen verkoopt, is in principe 21% btw verschuldigd op de verkoop. Dat geldt ongeacht of de koper een particulier, een andere vennootschap of een garagist is.
De margeregeling — waarbij enkel btw wordt aangerekend op de winstmarge — is voorbehouden aan professionele autohandelaars. Een gewone vennootschap mag deze regeling nooit toepassen bij de verkoop van haar eigen voertuig.
De berekeningsbasis: 50% of 100%
De maatstaf waarop de 21% btw wordt berekend, verschilt naargelang de situatie bij aankoop:
a) Omdat de btw-aftrek bij de aankoop van een personenwagen wettelijk beperkt is tot maximaal 50%, bestaat er een tolerantiemaatregel waarbij de vennootschap bij verkoop ervoor kan opteren om de btw te berekenen op slechts 50% van de verkoopprijs. De effectieve btw-last bedraagt in dit geval in principe 10,5% op het totale verkoopbedrag.
Voorbeeld: verkoopprijs € 10.000 excl. btw → maatstaf van heffing = € 5.000 → verschuldigde btw = € 1.050 → totaal € 11.050 incl. btw.
Wanneer u de tolerantie toepast, moet u op de factuur vermelden: “Bijzondere maatstaf, toepassing circulaire nr. 36/2015 van 23.11.2015”.
b) Werd de wagen ooit aangekocht van een particulier, of via de margeregeling bij een garagist, dan heeft de vennootschap bij aankoop geen btw kunnen aftrekken. In dat geval is bij de verkoop 21% btw verschuldigd over de volledige verkoopprijs (100%). De 50%-tolerantie geldt hier niet.
Voor bestelwagens — waarvoor bij aankoop 100% btw kon worden afgetrokken — geldt de 50%-tolerantie nooit. Bij verkoop is steeds 21% btw verschuldigd over de volledige verkoopprijs.
Aan wie verkoopt u de wagen?
Verkoop aan een particulier
De vennootschap stelt een factuur op met btw, berekend op de juiste maatstaf (50% of 100% van de verkoopprijs). De particulier betaalt de prijs inclusief btw en kan die btw uiteraard niet recupereren. Door toepassing te maken van de tolerantiemaatregel kunt u ervoor zorgen dat ofwel de particulier minder dient te betalen, ofwel dat u een hogere prijs (excl. btw) kunt vragen.
Verkoop aan een andere vennootschap
De factuurregels zijn identiek. De kopende vennootschap kan de aangerekende btw in haar btw-aangifte recupereren, maar opnieuw slechts voor maximaal 50% — afhankelijk van haar eigen professioneel gebruik van het voertuig.
Verkoop aan een garagist of autohandelaar
Hier speelt een belangrijk aandachtspunt: wanneer uw vennootschap de wagen met btw verkoopt aan een handelaar, kan die handelaar de wagen nadien niet meer onder de margeregeling doorverkopen. De wagen werd immers met btw ingekocht, en de margeregeling is enkel toegestaan wanneer de handelaar de wagen heeft ingekocht van een partij zonder recht op btw-aftrek (particulier, vrijgestelde belastingplichtige of een andere handelaar die de margeregeling toepaste).
Dit heeft praktische gevolgen voor de onderhandelingen: een garagist die uw wagen overneemt zal hier doorgaans rekening mee houden bij het bepalen van zijn overnameprijs.
Twijfelt u over de correcte btw-behandeling bij de verkoop van uw voertuig? Neem dan gerust contact op met ons kantoor. Wij helpen u hierbij graag verder.
Het Flamée en Partners team


