Sinds 1 juli 2026 gelden nieuwe regels voor flexi-jobs: meer sectoren, soepelere voorwaarden en een ander loonplafond. Wij zetten alles overzichtelijk voor u op een rijtje.
Wat is een flexi-job ook alweer?
Een flexi-job is een extra job die een werknemer uitoefent naast zijn hoofdjob, tegen fiscaal en sociaal voordelige voorwaarden. Voor de werkgever biedt dat systeem een flexibele en goedkope manier om personeel in te zetten, bijvoorbeeld tijdens piekmomenten. De spelregels op een rijtje:
- De werkgever betaalt een bijzondere patronale bijdrage van 28% op het flexiloon.
- De werknemer betaalt geen RSZ-bijdrage en geen bedrijfsvoorheffing (m.a.w. geen personenbelasting) op het flexiloon, zolang hij of zij onder een bepaald jaarplafond blijft.
- Om een flexi-job te mogen uitoefenen, moest de werknemer minstens 4/5 tewerkgesteld zijn bij één of meerdere andere werkgevers, gemeten in het derde kwartaal vóór de flexi-job (kwartaal T-3). Voor gepensioneerden geldt die voorwaarde niet.
- Flexi-jobs waren tot voor kort enkel toegelaten in een beperkte lijst van sectoren.
Wat is er sinds 1 juli 2026 veranderd?
De grootste ingreep: flexi-jobs zijn voortaan toegelaten in bijna de volledige publieke én private sector, tenzij een sector er expliciet uit stapt via een ‘opt-out’. Een opt-out (volledig of gedeeltelijk) moet via een sector-cao worden afgesproken en wordt pas definitief na een koninklijk besluit. Sectoren die nu al (gedeeltelijk) uitgesloten blijven zijn onder meer dienstboden, begrafenisondernemers, landbouw, tuinbouw (behalve tuinaanleg) en zeevisserij (behalve wal- en pakhuispersoneel). Nieuwe opt-outs kunnen ten vroegste vanaf 1 oktober 2026 ingaan; vanaf 2027 verlopen opt-ins/opt-outs op jaarbasis met ingang op 1 januari.
Vroeger controleerde de RSZ pas op basis van kwartaal T-2 of iemand gepensioneerd was. Vanaf 1 juli 2026 gebeurt die check in kwartaal T (het kwartaal van de flexi-job zelf), waardoor een pas gepensioneerde werknemer meteen kan starten met flexi-jobben.
Werknemers die voltijds werken bij een verbonden onderneming (moeder-, dochter- of zusteronderneming) mogen voortaan wél een flexi-job uitoefenen; het verbod geldt alleen nog voor wie daar minstens 4/5 werkt. Uitzendkantoren mogen dezelfde persoon voortaan zowel als uitzendkracht als als flexi-jobber inschakelen, zolang dit niet bij dezelfde gebruiker gebeurt.
Buiten de horeca blijft het flexiloon begrensd op 150% van het sectorale baremaloon, maar verplichte premies en toeslagen (bijvoorbeeld een sectorale of wettelijke premie) tellen niet langer mee voor dat plafond — enkel vrijwillig toegekende extra’s doen dat nog. In de horeca geldt voortaan een vast maximumuurloon van €21 (te indexeren) in plaats van het percentage van 150%.
Voor niet-gepensioneerde flexi-jobbers gold jarenlang een vast (niet-geïndexeerd) fiscaal vrijstellingsplafond van 12.000 EUR. De wet van 18 december 2025 heeft dit grensbedrag vervangen door een geïndexeerd basisbedrag: 18.440 EUR voor inkomstenjaar 2026. Boven dit bedrag wordt het overschot gewoon belast tegen de progressieve tarieven. Voor gepensioneerden blijft de vrijstelling onbeperkt, al geldt voor wie nog geen 45 loopbaanjaren of de wettelijke pensioenleeftijd heeft bereikt een bijkomende inkomensgrens.
Heeft u vragen hieromtrent aangaande uw concrete situatie? Neem gerust contact met ons op! We bekijken graag met u de eventuele mogelijkheden die dit flexibel stelsel biedt.
Het Flamée en Partners team


