Voor kleine vennootschappen wijzigen vanaf aanslagjaar 2027 twee belangrijke regels om toepassing te kunnen maken van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting: de vereiste minimumbezoldiging stijgt en de toegestane forfaitair gewaardeerde voordelen van alle aard voor de bedrijfsleider(s) worden begrensd. Tijdige controle van de verloning is daarom aangewezen.
De oude regel: 45.000 EUR
Tot en met aanslagjaar 2026 moest minstens één bedrijfsleider-natuurlijke persoon in principe een bezoldiging van 45.000 EUR ontvangen. Was het belastbaar resultaat van de vennootschap lager, dan volstond een bezoldiging die minstens gelijk was aan dat belastbaar resultaat.
De nieuwe regel: 51.000 EUR en een grens voor voordelen in natura
Voor aanslagjaar 2027 stijgt de vereiste minimumbezoldiging naar 51.000 EUR. Vanaf dan wordt het wettelijke basisbedrag van 25.000 EUR namelijk jaarlijks geïndexeerd en afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal. Voor aanslagjaar 2027 leidt dat tot een drempel van 51.000 EUR. Is het belastbaar resultaat van de vennootschap lager, dan volstaat nog steeds een bezoldiging die minstens gelijk is aan dat belastbaar resultaat.
Nieuw is ook dat forfaitair gewaardeerde voordelen van alle aard geen bovenmatig onderdeel mogen uitmaken van het bezoldigingspakket van alle bedrijfsleiders samen. Zo mogen de voordelen alle aard van bijvoorbeeld een bedrijfswagen of kosteloze huisvesting, maximaal 20% van de totale bedrijfsleidersbezoldigingen uitmaken. Bij overschrijding van deze grens, wordt men alsnog uitgesloten voor het verlaagd tarief.
Waarom is dit belangrijk?
Een kleine vennootschap kan, als ook aan bepaalde andere voorwaarden is voldaan, genieten van een verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting van 20% op de eerste 100.000 EUR belastbare winst. Zonder toepassing van dit verlaagd tarief geldt het gewone tarief van 25%. Het maximale verschil in vennootschapsbelasting op de eerste schijf van 100.000 EUR belastbare winst bedraagt dus 5.000 EUR.
Of een bijkomende bezoldiging fiscaal en financieel aangewezen is, hangt evenwel af van uw concrete situatie. Daarbij moeten onder meer de personenbelasting en sociale bijdragen van u als bedrijfsleider worden afgewogen tegen het mogelijke voordeel in de vennootschapsbelasting.
Welke vennootschappen zijn vrijgesteld?
De minimum bezoldigingsvoorwaarde geldt niet voor kleine vennootschappen gedurende hun eerste vier belastbare tijdperken vanaf de oprichting (m.u.v. een verderzetting van een eenmanszaak). De toetsing start dus pas vanaf het vijfde belastbare tijdperk.
Deze startende vennootschappen zijn echter niet vrijgesteld van de voorwaarde inzake de begrenzing van de forfaitair geraamde voordelen alle aard. Ook voor startende vennootschappen dringt een loonanalyse zich dus op.
Laat uw bezoldigingspolitiek dus zeker tijdig nakijken. Wij kunnen samen met u de verwachte winst, de bestaande verloning en de totale fiscale impact beoordelen. Zo kunt u onderbouwd beslissen of een aanpassing nodig en wenselijk is. Een mail of telefoontje volstaat!
Het Flamée en Partners team
Veelgestelde vragen over de minimumbezoldiging van de bedrijfsleider
51.000 EUR, of het belastbaar resultaat van de vennootschap als dat lager is.
De forfaitaire voordelen van alle bedrijfsleiders samen mogen maximaal 20% van hun totale bezoldiging bedragen. Bij een bezoldiging van 51.000 EUR is dat 10.200 EUR.
De minimumbezoldiging geldt pas vanaf het vijfde belastbare tijdperk. De 20%-grens voor voordelen van alle aard geldt wel meteen.
Maximaal 5.000 EUR extra vennootschapsbelasting per jaar.


