De federale wetgever heeft de afgelopen maanden belangrijke wijzigingen doorgevoerd aan zowel de DBI‑aftrek (Definitief Belaste Inkomsten) als het fiscale regime van de zogenaamde DBI‑bevek. Deze aanpassingen treden in werking vanaf aanslagjaar 2026, wat betekent dat ze gelden voor boekjaren die afsluiten vanaf 31 december 2025. Wij geven u hieronder graag de nodige uitleg hieromtrent.
Wat verandert er voor de DBI-aftrek?
De DBI‑aftrek blijft een essentieel instrument om dubbele belasting binnen een groep van vennootschappen te vermijden. Ondernemingen kunnen dividenden van hun dochtervennootschappen belastingvrij ontvangen, zolang aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Die voorwaarden worden nu strenger.
Tot nu toe konden vennootschappen die minder dan 10% van het kapitaal bezaten, maar wel voor minstens € 2,5 miljoen aandelen aanhielden, gebruikmaken van de DBI‑aftrek. Dat blijft mogelijk, maar er komt een extra vereiste:
- De deelneming moet worden beschouwd als een financieel vast actief op de balans van de vennootschappen die de dividenden ontvangt.
- Er moet met andere woorden een duurzame economische band bestaan tussen uw vennootschap en de onderliggende onderneming.
Daarnaast heeft de regering aangekondigd dat de DBI‑aftrek in de toekomst zal worden omgevormd tot een volledige vrijstelling, maar dit is nog niet wettelijk ingevoerd.
Wat verandert er voor DBI-beveks?
DBI‑beveks genieten al jaren van een bijzonder aantrekkelijk fiscaal kader: dividenden zijn (grotendeels) vrijgesteld en meerwaarden bleven volledig onbelast. Met de Wet van 18 december 2025 komt daar verandering in.
Tot nu konden vennootschappen de roerende voorheffing van 30% op het DBI‑bevekdividend volledig terugkrijgen. Dat verandert fundamenteel.
Voortaan kan de RV enkel nog worden verrekend als uw vennootschap minstens één bedrijfsleider-natuurlijke persoon een minimumbezoldiging toekent van:
- € 45.000 voor boekjaar 2025
- € 50.000 vanaf boekjaar 2026 (met jaarlijkse indexering) – Op heden nog geen wet
Indien deze loonvoorwaarde niet gehaald wordt, blijft het dividend wel vrijgesteld, maar de roerende voorheffing wordt definitief verschuldigd.
In bepaalde gevallen kan het echter opportuun zijn om geen DBI-aftrek toe te passen en dus het bruto dividend te laten belasten in de vennootschapsbelasting maar wel de ingehouden roerende voorheffing (deels) terug te vorderen.
De hervorming van zowel de DBI‑aftrek als het DBI‑bevekregime vragen om een scherpere opvolging en voorbereiding.
Wilt u zeker zijn dat uw huidige structuur nog steeds optimaal is? Wij begeleiden u graag bij een gerichte analyse en concrete optimalisaties. Geef ons een seintje!
Het Flamée en Partners team


