Staat uw bedrijfsgebouw momenteel leeg? Dan riskeert u in de drie Belgische gewesten een aanzienlijke leegstandsheffing te moeten betalen. De regels, termijnen en tarieven verschillen naargelang het gewest waar het pand gelegen is. Hieronder geven wij graag een aantal aandachtspunten mee voor panden gelegen in Vlaanderen.
De regels in het Vlaams Gewest
In het Vlaamse Gewest wordt de leegstandsheffing geregeld door het Leegstandsdecreet Bedrijfsruimten van 19 april 1995, aangevuld met de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
Deze heffing geldt voor bedrijfsruimten op percelen van minstens 500 m² waarbij meer dan 50% van de totale vloeroppervlakte niet effectief en rationeel wordt benut conform de vergunde functie. Kleinere panden vallen in principe onder gemeentelijke reglementen.
Een leegstaand pand wordt eerst opgenomen in de Vlaamse inventaris van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten, bijgehouden door het Departement Omgeving. De heffing is pas effectief verschuldigd in het kalenderjaar dat volgt op de derde opeenvolgende registratie in die inventaris. Concreet betekent dit dat u pas na minstens drie jaar op de lijst te staan effectief wordt belast. De belastingplichtige is de zakelijk gerechtigde (eigenaar, vruchtgebruiker, enzovoort) op 1 januari van het aanslagjaar.
Tarieven vanaf 2026
Vanaf 1 januari 2026 zijn de tarieven met 12% verhoogd ten opzichte van de vroegere regeling. De heffing wordt berekend op basis van het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen (KI) van het perceel.
| Tarief | Kadastraal inkomen |
| 168% | € 0 – € 12.350 |
| 140% | € 12.351 – € 37.150 |
| 112% | € 37.151 – € 74.350 |
| 84% | > € 74.350 |
De heffing bedraagt altijd minstens € 3.700 per jaar, of voor niet-landbouwbedrijven minstens € 2,47 per m² van het grondvlak. Gemeenten kunnen bovendien opcentiemen heffen bovenop de gewestelijke heffing. In steden als Antwerpen en Turnhout bedraagt dit 200 opcentiemen, wat de totale heffing effectief verdrievoudigt.
Opschorting en bezwaar
Eigenaars kunnen in een aantal situaties een tijdelijke opschorting van de heffing aanvragen; dit bij een recente eigendomsoverdracht (2 jaar), bij een concreet en vergund renovatieplan (2 jaar, uitzonderlijk verlengbaar met 1 jaar), bij tijdelijke bedrijfseconomische omstandigheden (maximum 1 jaar) of bij een brownfieldconvenant of bodemsaneringsproject.
Opgelet: de opschorting vervalt alleen definitief als het pand vóór het einde van de termijn uit de inventaris wordt geschrapt én niet tussendoor wordt verkocht. Gebeurt dat niet, dan is de heffing alsnog met terugwerkende kracht (inclusief intresten) verschuldigd.
Bezwaar tegen het registratieattest dient u in binnen 30 kalenderdagen bij het Departement Omgeving. Bezwaar tegen het aanslagbiljet zelf dient u in binnen de drie maanden bij de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel).
Om uit de inventaris geschrapt te worden, moet u aantonen dat minstens 50% van de vloeroppervlakte gedurende ten minste 6 opeenvolgende maanden effectief in gebruik is.
Vragen over de Vlaamse leegstandsheffing voor bedrijfsgebouwen? We bekijken het graag samen met u!
Het Flamée en Partners team


