Vruchtgebruik en blote eigendom bij erfenissen. Hoe zit dat precies in elkaar?

Deel dit bericht op

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Indien u geen testament heeft opgesteld of zonder huwelijkscontract getrouwd was, dan speelt, bij uw overlijden, het klassiek erfrecht. Dit impliceert dat de langstlevende partner het vruchtgebruik erft over de volledige nalatenschap, de kinderen erven de blote eigendom.

De vruchtgebruiker verkrijgt het recht om bijvoorbeeld een onroerend goed te betrekken, dividenden op te strijken die verbonden zijn met het vruchtgebruik van vererfde aandelen, intresten te innen van een vererfde schuldvordering … Als vruchtgebruiker van een onroerend goed heeft u de verplichting om het onroerend goed in stand te houden en minstens bepaalde onderhoudsherstellingen uit te voeren. Het is ook de vruchtgebruiker die de onroerende voorheffing en de brandverzekering dient te betalen.

De naakte eigenaar zal bij het overlijden van de vruchtgebruiker automatisch volle eigenaar worden van het goed. Als naakte eigenaar mag u het onroerend goed verkopen, maar de rechten van de vruchtgebruiker dienen gerespecteerd te worden. Grote, structurele verbouwingswerken zullen ook ten laste van de naakte eigenaar vallen.

U merkt dat de naakte eigenaar en de vruchtgebruiker in grote mate afhankelijk zijn van elkaar, hetgeen niet altijd wenselijk is. Om eventuele spanningen, bijvoorbeeld omtrent een eventuele verkoop, te vermijden, heeft de wetgever voorzien in een mogelijkheid om het vruchtgebruik om te zetten. Op die manier wordt de naakte eigenaar volle eigenaar van het goed in kwestie (of omgekeerd). In ruil hiervoor kan een geldsom of een rente besproken worden. De hoogte van deze bedragen wordt bepaald aan de hand van zogenaamde omzettingstabellen. Indien ook hiermee geen akkoord wordt gevonden, kunnen partijen nog altijd het geschil voorleggen aan de familierechtbank.

Misschien ook interessant voor u?