Uw bedrijfswagen omruilen voor cash en met de bedrijfsfiets naar het werk?

De mobiliteitsvergoeding of  “cash for cars”

De mobiliteitsvergoeding bestaat sinds 1 januari 2018 en heeft als doel de salariswagen in te ruilen voor een cashvergoeding voor medewerkers met een werknemersstatuut. De keuze om een mobiliteitsvergoeding al dan niet in te voeren en dit te doen in het volledige bedrijf, in een bepaalde afdeling of alleen aan bepaalde werknemers ligt bij de werkgever. De betrokken werknemers beslissen zelf of ze opteren voor deze cashvergoeding of verder van hun bedrijfswagen wensen gebruik te maken. De cash-for-car regeling is dus volledig vrijwillig en enkel indien de werkgever en de werknemer dit beiden willen.

Om van een mobiliteitsvergoeding gebruik te kunnen maken dient de werknemer gedurende de laatste drie jaar minstens twaalf maanden over een bedrijfswagen te beschikken. Bovendien moet hij/zij die in de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag van de mobiliteitsvergoeding ononderbroken ter beschikking gehad hebben. Voor een startende werknemer of werkgever geldt deze minimumtermijn niet.

De werkgever voert de mobiliteitsvergoeding in via de car policy, individuele overeenkomsten,… en moet het personeel informeren. Via een schriftelijke aanvraag kan de werknemer zijn interesse tonen. De werkgever aanvaardt de aanvraag schriftelijk.

Voor werknemers die dicht bij het werk wonen of niet echt een bedrijfswagen nodig hebben, kan dit zeker een te overwegen optie zijn. De omvang van de mobiliteitsvergoeding bedraagt 20% van 6/7 van de cataloguswaarde als de werknemer geen tankkaart heeft, 24% van 6/7 van de cataloguswaarde  als de werknemer een tankkaart heeft. Hoe hoger de cataloguswaarde van de bedrijfswagen, hoe interessanter de ruil is.

De belastbaarheid in hoofde van de werknemer is slechts beperkt tot een gedeelte van de bruto mobiliteitsvergoeding. De belastbaarheid is beperkt tot de cataloguswaarde van de wagen X  6/7 X 4% met een minimum van 1.310 EUR per jaar.

Noch de werkgever noch de werknemer betalen RSZ-bijdragen op de mobiliteitsvergoeding. Er is wel  een bijzondere CO2-solidariteitsbijdragen verschuldigd net zoals bij de bedrijfswagen.  De aftrekbaarheid van de vergoeding bij de werkgever-vennootschap is in functie van de c02-tabel voor autokosten.

Het mobiliteitsbudget of “groene auto, trein, fiets, cash”

Misschien is het voor u geen optie om helemaal niet over een (bedrijfs)wagen te beschikken. Een andere maatregel die de overheid heeft genomen om de aangroei van de bedrijfswagens af te remmen betreft de introductie van het mobiliteitsbudget. Deze maatregel zal normaal in werking treden vanaf 1 maart 2019. Het budget kan wijzigen in functie van een promotie- of demotie van de werknemer.

De werkgever kan vrij beslissen om al dan niet een mobiliteitsbudget in te voeren in de onderneming. Ook de werknemer heeft de keuze om al dan niet in te gaan in deze optie. Ook hier wordt de salariswagen ingeruild voor een jaarlijks budget dat de werknemer volledig zelf kan samenstellen. De werknemer dient gedurende de laatste drie jaar minstens twaalf maanden over een bedrijfswagen te beschikken of daarvoor in aanmerking te komen, waarvan minstens drie maanden voor de aanvraag tot het inruilen van de wagen. Nieuwe werknemers kunnen onmiddellijk instappen indien aan hun functie een bedrijfswagen gekoppeld is.

De omvang van dit mobiliteitsbudget wordt bepaald door de reële jaarlijkse werkgeverskost die gepaard gaat met het verlenen van een bedrijfswagen aan de werknemer in kwestie, de “total cost of ownership”  Het betreft de verzekering, de brandstof, de financieringskost, de niet-aftrekbare btw, de CO2-solidariteitsbijdrage,…  van de individuele wagen. De werknemer kan zijn of haar budget spenderen aan drie verschillende pijlers;

Pijler 1: een groenere bedrijfswagen. Deze wagen moet minstens even milieuvriendelijk zijn als de wagen die wordt ingeruild en mag een maximale CO2-uitstoot hebben van 105 g/km voor wie in 2019 in dit systeem stapt. In 2020 zal dit 100 gram per kilometer bedragen en vanaf 2021 95 gram per kilometer. Op deze nieuwe wagen is zoals voorheen een VAA verschuldigd.

Pijler 2: duurzame vervoermiddelen. Het resterende budget, na eventueel toepassing van pijler 1, kan bijvoorbeeld worden aangewend voor een elektrische fiets of een treinabonnement, de waterbus, georganiseerd gemeenschappelijk vervoer, losse tickets om te reizen met de familie,… Wie binnen een straal van 5 km woont van zijn werkplaats, kan het budget zelfs gebruiken om de huurkosten of de interesten op de hypothecaire lening van zijn of haar woning te betalen.

Pijler 3: cash. Indien, na de eerste en de tweede pijler, er nog budget zou overblijven, kan dit door de werknemer op het einde van het jaar in cash worden opgenomen. Dit restsaldo is vrijgesteld van belastingen, maar brengt wel een bijzondere sociale zekerheidsbijdrage met zich mee van 38,07%. In ruil worden er pensioenrechten opgebouwd.

Deze maatregelen kunnen een interessant alternatief zijn voor de salariswagen en …. het dagelijkse fileleed, zonder dat hiermee een fiscale meerkost ontstaat.

 

Indien u vragen heeft hieromtrent, aarzel dan niet om ons te contacteren via ewoud@flamee.be

 

Wij helpen u hierbij graag verder.

Het Flamée & Partners Academy Team