Vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing – opleidingsuren werknemers

Ondertussen zit de regering De Croo I al een tijdje in het zadel. Uiteraard keken wij, als financieel adviseurs, reikhalzend uit naar de publicatie van de Programmawet waarin de fiscale nieuwigheden van deze regering staan opgesomd. Eind vorig jaar verscheen de wetgeving in het Belgisch Staatsblad en kregen we zicht op de modaliteiten van één van de fiscale paradepaartjes van deze federale regering: de vrijstelling van de doorstorting bedrijfsvoorheffing i.h.k.v. opleidingen voor werknemers. We geven u een korte samenvatting van deze maatregel.

 

 

Welke zijn de voorwaarden?

De federale regering wenst ondernemingen aan te moedigen die investeren in opleidingen voor werknemers. Ondernemingen die aan de onderstaande voorwaarden voldoen, hebben de mogelijkheid om een gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing te bekomen.

Deze gedeeltelijke vrijstelling verkrijgt men voor werknemers die gedurende een periode van minstens vijf dagen, gedurende een ononderbroken periode van 75 kalenderdagen, opleiding hebben gevolgd. De minimale duurtijd wordt verminderd conform de arbeidsregeling (bijv. halftijdse tewerkstelling) van de werknemer in kwestie. Dit aantal dagen geldt enkel voor kleine vennootschappen en voor eenmanszaken-natuurlijke personen.

Grote vennootschappen dienen voor de werknemers een opleiding van minstens 10 dagen gedurende een ononderbroken periode van 30 kalenderdagen aan te bieden. Voor ploegenarbeid in een grote vennootschap bedraagt de opleiding minimaal 10 dagen tijdens een ononderbroken periode van 60 kalenderdagen.

Voor de berekening van de duurtijd van de opleiding wordt één dag opleiding geacht overeen te komen met 7,6 uren opleiding. De opleiding mag bovendien geen reeds verplichte opleiding omvatten conform een wettelijke of reglementaire bepaling of door een CAO.

Formele opleidingen zijn cursussen en stages die zijn ontwikkeld door lesgevers of sprekers. Ze worden gekenmerkt door een hoge graad van organisatie van de opleider of opleidingsinstelling. Deze worden normaliter georganiseerd op een plek die duidelijk van de werkplek is gescheiden. Er wordt vaak een attest voorzien na het volgen van de opleiding en kunnen worden georganiseerd door de onderneming zelf of door een erkend opleidingsverstrekker.

Informele opleidingen zijn dan alle andere opleidingen, die rechtstreeks betrekking hebben op het werk met inbegrip van deelname aan conferenties of beurzen voor leerdoeleinden.

De opleidingen dienen te beantwoorden aan de Wet betreffende Werkbaar en Wendbaar Werk. Slechts 20% – 10% in het geval van een grote vennootschap –  van de opleidingen die de werknemer in kwestie volgt, mogen kwalificeren als zogenaamde informele opleidingen.

Hoogte van het voordeel

Indien een werknemer aan de voorwaarden voldoet, komt de loonkost in aanmerking voor de gedeeltelijke vrijstelling van de doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Het betreft  een daling van de loonkost voor de werkgever, geen nettoloonstijging voor de werknemer.

Concreet zal de werkgever voor deze werknemer in de maand waarin de opleiding wordt beëindigd, 11,75% van de belastbare bezoldiging niet dienen door te storten als bedrijfsvoorheffing aan de Schatkist. Het bedrag werd geplafonneerd op 3.500 EUR belastbare bezoldiging.

Voorbeeld:

Een werkgever stelt een werknemer te werk die voldoet aan bovenstaand opgesomde voorwaarden. In de maand juli rondt die zijn/haar opleiding af en heeft hij/zij een belastbare bezoldiging van 4.000 EUR. Hier wordt 700 EUR bedrijfsvoorheffing op afgehouden.

  • De werkgever verkrijgt een vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing van 11,75% x 3.500 EUR (maximumbedrag) = 411,25 EUR.
  • De werkgever dient slechts 700 EUR – 411,25 EUR = 288,75 EUR door te storten als bedrijfsvoorheffing aan de Schatkist.

Besluit

Tot slot de voornaamste zaken op een rijtje:

  • Voor kleine vennootschappen en eenmanszaken zijn de opleidingen te volgen gedurende een periode van minstens vijf dagen tijdens een ononderbroken periode van 75 kalenderdagen;
  • Een opleidingsdag bestaat uit 7,6 opleidingsuren;
  • De opleiding mag niet reeds verplicht zijn via een CAO of door wettelijke en reglementaire bepalingen;
  • De opleidingen dienen te voldoen aan de definities van artikel 9 omtrent werkbaar en wendbaar werk. Voor kleine vennootschappen en eenmanszaken mag maximaal 20% kwalificeren onder informele opleidingen.

Wij juichen levenslang leren toe maar u merkt dat er heel wat administratieve voorwaarden verbonden zijn aan de toepassing van deze maatregel. Een gemiste kans op administratieve vereenvoudiging.

Heeft u hier verdere vragen over? Aarzel niet om ons te contacteren. Dit kan via ward@flamee.be

Wij helpen u hierbij graag verder.

Het Flamée & Partners Academy Team