Komt uw vennootschap in aanmerking voor het verminderde belastingtarief van 20%?

Voorwaarden voor het verlaagd tarief vennootschapsbelasting

Om als KMO-vennootschap van het verlaagd tarief van 20,40% op de eerste 100.000 EUR belastbare winst te kunnen genieten, zijn er enkele voorwaarden die moeten vervuld worden.  Zo dient er aan minstens één bedrijfsleider natuurlijke persoon een minimumbezoldiging te worden toegekend. Deze minimumbezoldiging, inclusief de voordelen van alle aard, bedraagt voor boekjaren die aanvangen vanaf 1 januari 2018 of het aanslagjaar 2019, 45.000 EUR per jaar.

Toch is er niet steeds een minimumbezoldiging van 45.000 EUR vereist. Indien het belastbaar resultaat van de vennootschap lager dan 45.000 EUR, dan moet de bezoldiging minstens gelijk zijn aan het belastbaar resultaat van de vennootschap.

Bovendien dient de vennootschap aan de criteria van artikel 15 van het wetboek van vennootschappen te voldoen;

– Jaargemiddelde van het personeelbestand 50

– Jaaromzet, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, 9.000.000 EUR

– Balanstotaal  4.500.000 EUR

 

Voorbeeld: Een kleine vennootschap realiseert in het aanslagjaar 2019 een belastbare winst van

                     200.000 EUR en kent een minimumbezoldiging van 45.000 EUR toe aan één van zijn

                     bedrijfsleiders.

      De vennootschap zal dan op de eerste 100.000 EUR belastbare winst 20,40%

      vennootschapsbelasting betalen en op de tweede schijf van 100.000 EUR 29,58%. In

      totaal moet deze vennootschap dus 49.980 EUR vennootschapsbelasting betalen.

 

Voorbeeld: Een kleine vennootschap heeft in het aanslagjaar 2019 een belastbare winst van 30.000

                     EUR en kende een bezoldiging toe aan één van de bedrijfsleiders van 30.000 EUR.

      De vennootschap zal op de winst van 30.000 EUR 20,40% vennootschapsbelasting

      betalen. In totaal moet deze vennootschap dus 6.120 EUR vennootschapsbelasting

      betalen.

 

Indien de vennootschap geen minimumbezoldiging uitkeert aan één van zijn bedrijfsleiders natuurlijke persoon, wordt alle winst steeds belast aan het basistarief. Bovendien is er in dit geval een bijkomende aanslag van 5,1% verschuldigd op het verschil tussen de minimumwedde van 45.000 EUR en de toegekende bezoldiging. Deze afzonderlijke aanslag is fiscaal aftrekbaar voor de vennootschap.

Voorbeeld: Indien de bedrijfsleider van een vennootschap geen bezoldiging ontvangt, dan zal de

                    afzonderlijke aanslag voor het aanslagjaar 2019 (45.000 EUR –  0,00 EUR) x 5,1% = 2.295

                    EUR bedragen. Bovendien wordt dan ook de volledige winst belast aan het

                    basistarief van 29,58%.

 

De afzonderlijke aanslag van 5,1% geldt echter niet voor kleine vennootschappen gedurende de eerste vier boekjaren vanaf hun oprichting, tenzij die vennootschap voortvloeit uit een werkzaamheid die voorheen door een eenmanszaak of een andere vennootschap werd uitgevoerd.

 

Versoepeling voor de verbonden vennootschappen

De regelgeving voorziet in een versoepeling voor verbonden vennootschappen. Voor verbonden vennootschappen waarvan minstens de helft van de bedrijfsleiders dezelfde personen zijn, kan om de hoogte van de bezoldiging te bepalen, het totaal van de door deze verbonden vennootschappen aan éénzelfde natuurlijke persoon toegekend loon in aanmerking worden genomen.

Indien van deze optie gebruik wordt gemaakt, dan dient de som van de bedrijfsleidersbezoldigingen toegekend door de verbonden vennootschappen minstens  75.000 euro per jaar te bedragen. Op deze wijze is het niet nodig dat een bedrijfsleider die over meerdere vennootschappen beschikt, telkens 45.000 EUR bezoldiging per vennootschap moet toegekend krijgen. Deze uitzondering kan enkel worden gebruikt voor het vermijden van de afzonderlijke aanslag en niet voor het verkrijgen van het verlaagd tarief in de vennootschap.

Onder bezoldiging wordt verstaan het bedrag vóór aftrek van sociale bijdragen. Alle fiscale bezoldigingen komen in aanmerking zoals voordelen alle aard, geherkwalificeerde huurovereenkomsten en tantièmes.

Is deze voorwaarde ook voldaan voor vaste vertegenwoordigers  bestuurder in een vennootschap?

De minimum bedrijfsleidersbezoldiging wordt gedefinieerd als een bezoldiging toegekend aan een bedrijfsleider-natuurlijke persoon.

Wat als de vennootschap door één of meerdere rechtspersonen wordt bestuurd? In de wet van 30 juli 2018 gepubliceerd op 10 augustus 2018 werd dit verduidelijkt. Indien er geen natuurlijke persoon bedrijfsleiders ow benoemd in de vennootschap, dan kan er geen gebruik worden gemaakt van het verlaagd tarief van 20%.

KMO-vennootschappen die uitsluitend worden bestuurd door rechtspersonen kunnen dus niet genieten van het verlaagd tarief, ook niet via hun vaste vertegenwoordiger. De afzonderlijke aanslag van 5,1% zal voor deze vennootschappen sowieso van toepassing zijn.

 

Indien u meer informatie wenst, wilt u contact opnemen met sally@flamee.be

 

Wij helpen u hierbij graag verder.

Het Flamée & Partners Academy Team