Is het mobiliteitsbudget een alternatief voor de bedrijfswagen?

Voorwaarden voor de werkgever

Om als werkgever een mobiliteitsbudget te kunnen aanbieden aan uw werknemers is het noodzakelijk dat u gedurende 36 maanden voorafgaand aan de invoering van het systeem één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking stelt aan uw werknemers. Er wordt een uitzondering gemaakt voor startende werkgevers.

Werkgevers beslissen autonoom of ze al dan niet een mobiliteitsbudget aanbieden en kunnen daaraan voorwaarden verbinden. Vervolgens beslist de werknemer of hij/zij al dan niet ingaat  op het voorstel van het mobiliteitsbudget.

Voorwaarden voor de  werknemer

Een werknemer komt in aanmerking voor het mobiliteitsbudget als hij/zij bij de huidige werkgever:

  1. Op het moment van de aanvraag minstens 3 maanden ononderbroken over een bedrijfswagen kan beschikken of ervoor in aanmerking komt en;
  2. Tijdens de 3 jaar voorafgaand aan de aanvraag minstens 12 maanden over een bedrijfswagen beschikt of ervoor in aanmerking komt.

 

Omvang van het budget

De reële jaarlijkse werkgeverskost bepaalt de omvang van het mobiliteitsbudget. In deze “total cost of ownership of TCO” zit de financieringskost van de wagen, maar ook alle kosten voor brandstof, verzekeringen, niet-aftrekbare BTW,…

 

Besteding van het budget

Uw werknemers kunnen het mobiliteitsbudget besteden in 3 pijlers.

 

  • Pijler 1: Bedrijfswagen

De wagen moet minstens even milieuvriendelijk zijn als de wagen die men afgeeft of waarvoor men in aanmerking komt. De uitstoot van deze nieuwe wagen mag maximaal 95 gr/km bedragen. De wagenkosten ondergaan dezelfde fiscale behandeling als deze van een bedrijfswagen.

 

  • Pijler 2: Duurzame vervoermiddelen- en diensten

Met het resterende budget kan uw werknemer een duurzaam transportmiddel financieren, bijvoorbeeld een treinabonnement of een elektrische fiets.

 

Wie binnen een straal van 5 km van het werk woont, kan het mobiliteitsbudget ook gebruiken om de huurkosten van zijn/haar woning te betalen. Indien het een gekochte woning  betreft, kan men met het budget de intresten van de hypothecaire lening betalen, de kapitaalsaflossing komt niet in aanmerking.

 

Het budget dat de werknemer in deze pijler uitgeeft, is volledig vrijgesteld van sociale zekerheidsbijdragen en belastingen.

 

  • Pijler 3: Saldo in cash

Het deel van het budget dat de werknemer niet spendeert in de eerste twee pijlers, ontvangt hij/zij cash op het einde van het jaar. Dit restsaldo is vrijgesteld van belastingen maar is wel onderworpen aan een bijzondere sociale zekerheidsbijdrage van 38,07% en is volledig ten laste van de werknemer.

 

 

Indien u meer informatie wenst, wilt u contact opnemen met roeland@flamee.be

 

Wij helpen u hierbij graag verder.

Het Flamée & Partners Academy Team